Trees

Er zwom nog maar éen goudvis in de kom. De motregen hield maar niet op. Een steunkous was afgegleden. Toen ze naar beneden kwam dacht ze dat ze de bel had gehoord en dat het tafeltje-dekje was. Misschien dachten ze dat ze niet thuis was. Met bibberende handen bewoog Trees de rollator voort door haar beige kamer. Het vloog haar aan, de eenzaamheid. Dan wilde ze niet geloven dat het hier en nu echt het hier en nu was. Dat Jan er nog was. Soms rook ze in het geniep aan de antimakassar want die rook nog een beetje naar zijn zachte haartjes, waar ze zo vaak vertederd naar had gekeken, op zijn achterhoofd.

Vanavond zou ze niet op haar kamer blijven. Ze zou met die rare vrouw met die paarse pruik gaan eten, die zichzelf Justine noemde. Justine zat altijd alleen tijdens het middageten. Als er een muzikale middag was stond Justine vooraan en zong dan prachtig mee met Bach, Amsterdamse smartlappen en psalmen.

Trees liep naar het raam, voetje voor voetje en dacht aan Jan. Ze dacht ook aan het draadjesvlees dat ze allebei zo lekker vonden vooral op zondag, en het kruiswoordpuzzel dat hij maakte tijdens hun vakanties in het huisje in Zeeland.

Later op de dag pakte ze de langspeeplaat van Rondo Veneziano uit de stoffige hoes en luisterde hem wel tien keer.

Als ze die muziek hoorde dacht ze aan Jan en draadjesvlees. Dan liep er een traan langs haar wang maar het was een traan van weemoedige vreugde en niet van pijn of verdriet.

Vanavond zou ze vragen aan Justine of ze een keer een glaasje sherry kwam drinken. Dan zou ze de langspeelplaat ook aan haar laten horen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s